De Converse One Star verscheen in 1974 als basketbalschoen, maar kreeg later een heel andere rol op straat. Juist die verschuiving maakt het model interessant. Het silhouet herken je meteen aan de enkele ster op de zijkant, de lage vorm en vaak suède panelen. Waar de schoen ooit op het court stond, zie je hem nu vooral terug in lifestyle, skate en streetwear. Vooral in de jaren 90 kreeg de One Star extra betekenis binnen alternatieve scenes en grunge.
Door de jaren heen groeide de One Star uit tot een lijn met duidelijke verschillen tussen lifestyle en skate. De klassieke One Star blijft dicht bij het retro gevoel, terwijl de CONS One Star Pro meer op skateboarden mikt met extra focus op grip, boardfeel en impactbescherming. Qua fit valt de One Star meestal true to size, al vinden veel dragers de toebox wat smal. Heb je bredere voeten, dan is je normale maat of een halve maat groter vaak slimmer dan downsizen.
Wat stijl betreft blijft suède de bekendste keuze, al verschijnen er ook leren en canvas uitvoeringen. Populaire colorways blijven zwart met wit, navy met wit en rood met wit, naast monochrome versies en zachte seizoenskleuren. De schoen voelt visueel wat steviger dan veel andere Converse lows, mede door de zool en de grotere panelen. Daardoor combineert de One Star makkelijk met loose denim, workwear broeken, shorts of juist een simpel recht silhouet met vintage invloed.
Vergeleken met de Converse Chuck Taylor All Star oogt de One Star voller en vaak wat meer premium door het suède bovenwerk en de zwaardere belijning. De Chuck leunt sterker op canvas en een slank vulcanized gevoel, terwijl de One Star vaker richting cupsole en skate invloeden gaat. Zoek je een Converse low met meer retro sport-DNA en een uitgesproken zijlogo, dan zit je in een andere hoek dan bij de Chuck. Dat verschil zie je direct en voel je vaak ook aan de voet.