Tinker Hatfield liep in 1986 door het Centre Pompidou in Parijs en zag hoe het gebouw zijn constructie aan de buitenkant toont: buizen, trappen en steunbalken gewoon zichtbaar. Die gedachte vertaalde hij naar een hardloopschoen met een venster in de hiel, waardoor de Air-demping voor het eerst te zien was. De Nike Air Max 1 verscheen in 1987, begon als hardloopschoen en stond al snel net zo vaak op straat als op de baan.
Het bovenwerk combineert mesh, suède en leer. Mesh zorgt voor ventilatie, suède geeft kleurdiepte en leer houdt de vorm strak. De mudguard rond de neus beschermt tegen slijtage en geeft de schoen zijn kenmerkende panelenlook. Onder de hiel zit de zichtbare Air-unit die je stappen opvangt zonder dat de schoen zwaar aanvoelt. Het resultaat is een sneaker die licht genoeg is voor een hele dag, maar stevig genoeg om zijn vorm te houden. Vergeleken met nieuwere Air Max-modellen voelt de 1 compacter en dichter bij de grond. En dat is precies de charme.
De OG Red is de meest herkenbare colorway: wit met een rood mudguard-accent en grijze panelen. Meer hoeft het niet te zijn. Daarnaast zijn de Obsidian, de Patta-samenwerkingen en de Anniversary-uitgaves met grotere Air-bubble inmiddels net zo gewild. Nike brengt regelmatig nieuwe kleuren uit, van rustige combinaties in sail en grijs tot opvallendere versies met dierenprint of premium suède. Daardoor kun je binnen de Air Max 1 kiezen voor ingetogen of juist wat meer aanwezig.
Vergeleken met de Air Max 90 oogt de Air Max 1 wat lager en rustiger. De Air Max 95 en Air Max 97 hebben meer lagen en een groter Air-gevoel onder de voet. Wil je meer demping, dan past de Air Max 270 beter bij je. Draag je liever een strakkere Nike zonder zichtbare Air-unit, dan kom je sneller uit bij de Air Force 1. Binnen de bredere Nike Air Max familie is de 1 het startpunt, en voor veel sneakerliefhebbers nog steeds de mooiste.