De Pegasus Turbo kwam voort uit het Breaking2-project, Nike's poging om de marathon onder de twee uur te lopen met Eliud Kipchoge. Nike ontwikkelde de Vaporfly 4% als raceschoen voor dat project, met ZoomX-schuim en een koolstofplaat. Voor de Turbo haalde Nike de koolstofplaat eruit en hield het ZoomX-schuim. Zo ontstond in juli 2018 de eerste dagelijkse trainer met hetzelfde schuim als een wedstrijdschoen, en dat voel je zodra je erin stapt.
In de tussenzool zitten twee lagen schuim. Bovenop ligt ZoomX, gemaakt van PEBA, het lichtste en veerkrachtigste schuim dat Nike maakt. Nike claimt 85 procent energieretour, en dat merk je bij elke afzet. Daaronder zit React-schuim voor structuur en duurzaamheid. Die combinatie geeft je het bouncy gevoel van een wedstrijdschoen zonder dat de zool na 200 kilometer al versleten is. De buitenzool is van koolstofrubber met vrijliggende schuimdelen om gewicht te besparen.
De Turbo verscheen in drie generaties. De eerste (2018) woog 238 gram en voelde als een doorbraak voor dagelijkse trainers. De Turbo 2 (2019) schoor daar nog 18 gram van af en kreeg een soepeler bovenwerk. De Next Nature (2022) richtte zich op duurzaamheid met gerecycled ZoomX en een Flyknit-bovenkant, maar als je gewend was aan de bouncy rit van de eerste twee, voelde deze steviger en minder speels. In 2024 bracht Nike het concept terug als de Pegasus Plus, die veel hardlopers beschouwen als de onofficiële Turbo 4.
De Turbo staat los van de genummerde Pegasus-lijn. Waar de Pegasus 41 of 42 een allrounder is voor een brede doelgroep, richt de Turbo zich op hardlopers die snelheid zoeken in hun training. Met een gewicht rond 220 tot 240 gram en een 10 millimeter drop zit hij dichter bij een wedstrijdschoen dan bij een standaard dagelijkse trainer. De adviesprijs ligt rond de 180 euro.